Een bandenspanningsmeter is een klein meetinstrument dat de luchtdruk in een band aangeeft, meestal in bar en psi. Je drukt de meter op het ventiel en leest de bandenspanning af. Voor een auto volstaat een digitale bandenspanningsmeter die tot ongeveer 7 bar meet en tot op 0,1 bar nauwkeurig is.
Welke meter het best past, hangt af van het gebruik: een digitale of analoge meter voor in het dashboardkastje, een bandenvulmeter als je ook oppompt met een compressor, en een geijkte meter als je op de tiende bar zeker wil zijn. Vergelijk de meting altijd met de waarde die de fabrikant van je auto opgeeft.
Hieronder vind je de soorten meters naast elkaar, hoe je de bandenspanning meet, wat de juiste druk is, of 3 bar te veel is en hoe lang je met een te lage bandenspanning kan doorrijden.
Welke soorten bandenspanningsmeters zijn er?
Er zijn vijf soorten bandenspanningsmeters: de digitale meter, de analoge meter met wijzer, de penmeter, de bandenvulmeter en de professionele of geijkte meter. Ze verschillen in nauwkeurigheid, afleesgemak en prijs. De prijzen in de tabel zijn indicatief: gangbare winkelprijzen per type, zonder merk.
| Soort | Hoe je afleest | Geschikt voor | Indicatieve prijs |
|---|---|---|---|
| Digitale meter | Lcd-scherm, vaak bar en psi | Auto, motor, fiets met autoventiel | ± € 8 – € 30 |
| Analoge meter (wijzer) | Wijzerplaat, werkt zonder batterij | Auto en motor | ± € 10 – € 30 |
| Penmeter | Uitschuivend staafje met schaal | Snelle controle, noodgeval | ± € 3 – € 10 |
| Bandenvulmeter | Wijzer of scherm op een vulpistool | Meten en oppompen met een compressor | ± € 20 – € 80 |
| Professionele of geijkte meter | Gekalibreerde meter, vaak met certificaat | Garage, bandenspecialist, veeleisende gebruiker | ± € 40 – € 150 |
Voor de meeste automobilisten is een digitale bandenspanningsmeter de praktischste keuze: klein, makkelijk af te lezen en nauwkeurig genoeg.
Digitale bandenspanningsmeter
Een digitale bandenspanningsmeter toont de bandenspanning op een lcd-scherm, meestal in stappen van 0,05 of 0,1 bar. Een digitale meter leest makkelijk af, ook in het donker als er verlichting op zit, en schakelt vaak meerdere eenheden (bar, psi, kPa). De digitale bandenspanningsmeter werkt op een batterij: controleer die af en toe, want een zwakke batterij kan de meting beïnvloeden.
Analoge bandenspanningsmeter en penmeter
Een analoge bandenspanningsmeter heeft een wijzer en werkt zonder batterij, wat handig is in een auto die lang stilstaat. Een analoge meter met een grote wijzerplaat en een knop om de luchtdruk af te laten, is nauwkeuriger dan een eenvoudige penmeter. De penmeter is klein en goedkoop, maar minder precies: goed als reserve in het handschoenenkastje.
Bandenspanningsmeter voor de auto
Een bandenspanningsmeter voor de auto past op het autoventiel (Schrader) en meet minstens tot 4 bar, want personenauto’s rijden meestal op ongeveer 2,0 tot 2,8 bar. Kies een meter met een bereik tot ongeveer 7 bar als je ook een bestelwagen, caravan of aanhanger controleert. Een meter met een flexibele slang meet makkelijker bij velgen met weinig ruimte rond het ventiel.
Professionele en geijkte bandenspanningsmeter
Een geijkte of professionele bandenspanningsmeter is gekalibreerd: de fabrikant of een kalibratielab heeft de afwijking gecontroleerd en vastgelegd, vaak met een certificaat. Garages en bandenspecialisten werken met geijkte meters zodat elke meting klopt. Voor particulier gebruik is een geijkte bandenspanningsmeter niet verplicht, maar wel interessant als je meerdere voertuigen beheert of op een tiende bar nauwkeurig wil werken. Laat een professionele meter periodiek opnieuw kalibreren.
Bandenspanningsmeter voor de motor
Een bandenspanningsmeter voor de motor is dezelfde meter als voor de auto, want motorbanden hebben ook een autoventiel. Bij een motorfiets zit het ventiel vaak dicht tegen de remschijf of spaken: een meter met een haakse kop of een korte flexibele slang meet dan makkelijker. De juiste bandenspanning van een motorfiets staat in het instructieboekje of op een sticker op het frame of de swingarm, en verschilt tussen solo rijden en rijden met duo of bagage.
Bandenspanningsmeter voor de fiets
Een bandenspanningsmeter voor de fiets moet passen op het ventiel van de fiets en een hoger bereik hebben dan een autometer. Fietsbanden hebben een autoventiel (Schrader), een Frans ventiel (Presta) of een Hollands ventiel (Dunlop). Een autometer werkt enkel op een autoventiel; voor een Frans ventiel heb je een meter of pomp met de juiste kop nodig. Een Hollands ventiel is met een gewone meter lastig te meten. Racefietsen rijden op een veel hogere druk dan auto’s, dus kies een meter met een ruim bereik. Wie vaak fietsbanden oppompt, gebruikt vaak een staande fietspomp met ingebouwde manometer.
Waar let je op bij een bandenspanningsmeter?
Een goede bandenspanningsmeter is nauwkeurig, past op je ventiel en leest makkelijk af. Let bij de keuze op deze punten:
- Nauwkeurigheid: de afwijking staat in de specificaties, bijvoorbeeld ± 0,05 of ± 0,1 bar.
- Meetbereik: tot ongeveer 7 bar volstaat voor auto en motor; voor racefietsen meer.
- Ventielkop: autoventiel, eventueel met adapter voor fietsventielen.
- Afleesgemak: groot scherm of wijzerplaat, verlichting, houdfunctie die de waarde vasthoudt.
- Luchtafblaasknop: om een te harde band meteen op de juiste druk te brengen.
- Stroom: een analoge meter werkt altijd, een digitale meter heeft een batterij.
Hoe gebruik je een bandenspanningsmeter?
Je gebruikt een bandenspanningsmeter door hem recht en stevig op het ventiel te drukken en de waarde af te lezen. Zelf de bandenspanning meten duurt een minuut per band:
- Zoek de juiste bandenspanning op: in de deurstijl aan bestuurderszijde, aan de binnenkant van de tankklep of in het instructieboekje.
- Meet bij koude banden, dus voor een rit of na minstens een uur stilstaan. Warme banden geven een hogere waarde.
- Draai het ventieldopje los.
- Druk de meter recht en stevig op het ventiel tot het sissen stopt.
- Lees de waarde af en vergelijk ze met de waarde van de fabrikant.
- Te laag: pomp bij met een compressor of bij het tankstation. Te hoog: laat lucht af met de afblaasknop of door kort op het ventielpinnetje te drukken.
- Draai het ventieldopje terug en controleer alle banden, ook het reservewiel.
Meet je twee keer een verschillende waarde, druk de meter dan rechter op het ventiel: een schuine meter laat lucht ontsnappen en geeft een te lage waarde.
Wat is de juiste bandenspanning volgens de ANWB?
De ANWB adviseert de bandenspanning aan te houden die de fabrikant van je auto opgeeft en die regelmatig te controleren, zeker voor een lange rit of vakantie. Er bestaat dus geen vaste ANWB-waarde voor alle auto’s: de juiste bandenspanning staat op de sticker in de deurstijl, op de tankklep of in het instructieboekje. Bij de meeste personenauto’s ligt die waarde rond 2,0 tot 2,8 bar, met een hogere waarde bij volle belading. De ANWB verkoopt zelf ook bandenspanningsmeters in de webwinkel.
Is 3 bar bandenspanning te veel?
Of 3 bar bandenspanning te veel is, hangt af van je auto. Voor veel personenauto’s ligt 3 bar boven de normale waarde, maar binnen de waarde voor volle belading of voor sommige grotere auto’s en bestelwagens. Een band op 3 bar is niet meteen gevaarlijk zolang je onder de maximale druk op de flank van de band blijft, maar een te harde band geeft minder grip, minder comfort en slijt sneller in het midden. Breng de band terug naar de waarde van de fabrikant met een bandenspanningsmeter met afblaasknop.
Hoe lang kun je doorrijden met lage bandenspanning?
Met een iets te lage bandenspanning kun je rustig doorrijden tot het volgende tankstation of je huis, maar niet lang. Een te lage bandenspanning verhoogt het brandstofverbruik, de remweg en het risico op een klapband, omdat de flank van de band te heet wordt. Is de band bijna of helemaal plat, stop dan meteen op een veilige plek: verder rijden beschadigt de band en de velg. Runflatbanden zijn gemaakt om na een lek nog een beperkte afstand te rijden aan beperkte snelheid; de grens staat in het instructieboekje.
Kun je de band niet zelf oppompen of loopt hij telkens leeg, bel dan pechhulp. Een pechhulpdienst zoals de ANWB Wegenwacht komt ter plaatse voor een lekke of platte band. Bekijk welke vormen van pechhulp in Nederland bandenpech dekken.
Waar kan je gratis je bandenspanning controleren?
Je kan je bandenspanning gratis controleren bij veel tankstations met een bandenpomp, bij de meeste bandenspecialisten en vaak ook bij je garage. De bandenpomp van een tankstation toont de bandenspanning op een scherm of wijzer; op sommige stations betaal je een klein bedrag. Een eigen bandenspanningsmeter is na de aankoop altijd gratis en meet bij koude banden thuis nauwkeuriger dan na een rit naar het tankstation.
Waar koop je een bandenspanningsmeter?
Een bandenspanningsmeter koop je bij autowinkels, bouwmarkten zoals Gamma en Praxis, ketens met een wisselend assortiment zoals Action, de ANWB-webwinkel, fietsenwinkels en webshops. Bandenfabrikanten zoals Michelin en gereedschapsmerken zoals Prisma hebben ook bandenspanningsmeters. Vergelijk bij elk aanbod dezelfde punten: nauwkeurigheid, meetbereik, ventielkop en afleesgemak. Welke meter het best past, hangt af van het type en je voertuig, niet van de winkel.
Bandenspanning en pech onderweg
Een bandenspanningsmeter voorkomt veel bandenpech: een band op de juiste druk slijt minder, remt beter en raakt minder snel oververhit. Controleer de bandenspanning ongeveer één keer per maand en zeker voor je met een volle auto op vakantie vertrekt. Een lekke band of klapband kan toch gebeuren; dan helpt pechhulp. Wil je weten welke pechhulp bij je past, dan kan je pechhulp vergelijken op dekking en voorwaarden.
